Een zonnige geest zoeft voorbij.
De straatlantaarns kunnen uit.

 

 

 

 

Als ik schrijven zou,
wist ik woorden,
voor wat ik niet noemen wil.

 

 

 

 

Het wit van de schaduw,
laat het zwart oplichten,
als duister in een schemerlamp.

 

 

 

 

De muren bepalen het kader,
terwijl de vloeibaar overstroomt.
Welke tong vangt een druppel?