100% zintuiglijkheid

 

 

De ventilator boven mijn bed zoemt, terwijl de treinen in het nabijgelegen station luid fluitend aankomen en vertrekken. Soms twee, drie tegelijk. Fluiten ze in verschillende toonsoorten. Het aggregaat valt stil.


Het is zes uur. De zon komt op en de eerste vogels kwetteren. Nu de zon nog niet zo warm is, speelt een groep jongens een wedstrijdje korfbal en schreeuwen naar elkaar. De eerste riksja's toeteren om de eerste klanten te werven. De zon stijgt. Het lawaai zwelt aan tot een allesomvattende wolk.


Uit de voorbij pruttelende riksja's schreeuwen de chauffeurs: 'Madam, where do you go?'. Hun stem gaat op in de continue stroom van brommende auto's, bussen, scooters en motoren. De ijsverkoper duwt zijn kar en trekt hard aan zijn bel. Een heldere klank in deze kakofonie van geluiden. Op de achtergrond klinkt een Indiase popsong waar de marktlui met schelle stem doorheen schreeuwen om hun koopwaar aan te prijzen. Af en toe blijf ik op een druk kruispunt staan, doe mijn ogen dicht en laat me wegzinken om zoveel mogelijk nieuwe geluiden te ontdekken.


Als ik mijn ogen weer open doe, komen drie Indiase vrouwen mij tegemoet. Ze dragen shalwars in fuchsia roze, groen, paars met glitters en gekleurde sjaals. De zwarte lange haren in strakke scheiding in het midden. Vastgebonden in een paardenstaart of knot. Nieuwsgierig kijken ze naar me. Als ik ze groet met 'Namasté' lachen ze. De groenteman heeft inmiddels zijn kar neergezet. Het groen van de peulen, het paars van de aubergines mengt met het felrood van zijn tulband. De punten van zijn zwarte snor heeft hij in mooie krullen gedraaid. Geel met zwarte riskja's rijden door mijn beeld, versierd met zilveren kwasten en metaalbeslag. De straat bestaat uit allemaal kleine winkeltjes. Eigenlijk kamers zonder voorgevels. Koopwaar is hoog opgestapeld en elke centimeter is benut. De verkoper versmelt met zijn achtergrond. Van alles wordt hier verkocht. Armbanden, haarspelden, potten, pannen, rijst, kruiden, plastic goed, groenten, fruit, versieringen voor in de tempels, stoffen en teenslippers. Een aaneenschakeling van kleuren en vormen.


In India speelt het leven zich af op straat. Er wordt gekookt, gehandeld, gegeten, gepiest en geboerd. De koeien, varkens, kamelen en geiten zoeken tussen het vuil naar iets eetbaars. Kinderen trekken aan je mouw voor een foto of pen. Ik voel de hitte van de zon. Midden op de dag is het licht hard en fel. De geur van mijn zweet mengt zich met de geuren van de straat. Een vlaag van aftershave dringt in mijn neus. Een fris gewassen jongen met netjes gekamde haren en in strak gestreken hemd en broek loopt voorbij en groet de jongens bij de theetent.


Ik beweeg me steeds op de grens van toeschouwer en deelnemer. Met afstand bekijk ik wat ik zie, hoor, ruik en voel. Om grip te krijgen op dit land, volk en hun leven. Zodra ik de riksjarijder roep of een lassi (yoghurtdrank) koop, ben ik er deel van.